zondag 24 augustus 2008

Veulentje Witvoet
Mijn oudste literaire herinnering is Veulentje Witvoet. Mijn moeder las me dat rijmpje voor toen ik klein was. Later hoorde ik het haar voor mijn broertje, en nog later voor mijn zusje declameren. Het zit dus stevig verankerd in mijn systeem. In welk boek het stond weten we niet meer. In elk geval niet in De vrolijke carrousel, en niet in Een postzak vol verhalen. Die twee boeken waaruit ons werd verteld staan hier nog in de kast. Ik weet wel zeker dat Veulentje Witvoet werd getekend door Piet Worm. Op bijgaande foto vier ik mijn eerste verjaardag, en mijn moeder leest me Veulentje Witvoet voor. Ze zou vandaag 77 zijn geworden….

Veulentje Witvoet zei eens op een dag
‘Ik wou dat ik de wijde wereld eens zag’.
Zijn moeder sliep rustig en zonder geluid
stapte Veulentje Witvoet de paardenstal uit.
Maar ó wat een schrik, ’t gebeurde heel vlug,
de wind blies de deur dicht en hij kon niet meer terug.
‘O hè’, dacht hij angstig. ‘Wat heb ik gedaan?
Hoe kan ik nu ooit nog die stal binnengaan?’
Toen hoorde hij piepen, en heel hard gelach.
En weet je wat Veulentje Witvoet toen zag?
De varkens, de kippen, de eenden, de haan.
Ze keken hem allemaal heel verbaasd aan.
Ze piepten en kwekten en lachten hem uit.
Er rolden twee tranen langs Witvoetje’s snuit.
Hij hinnikte: ‘Kun je niet aardiger zijn?
Ik heb zo’n verdriet en ik ben nog zo klein.’
‘Zo klein? Hoe oud ben je dan?’, vroeg het kalf
‘Ruim een maand’, zuchtte hij. ‘Maar nog geen anderhalf.’
De ganzen gaggelden vol medelij,
en haalden hun vriendje het hondje erbij.
‘Waf, waf’, zei het hondje. ‘Ik weet goede raad.
We gaan naar Baas Boer toe, die is heus niet zo kwaad.
En als je het vraagt, brengt hij je weer vlug
naar de stal en het hooi en je moeder terug.’
‘Hoera’, riep het veulentje en in galop
holde hij door de wei met het hondje voorop.