dinsdag 14 oktober 2008

Toen we de keuken binnen kwamen dacht ik eerst onze Max op zijn rug te zien, maar ineens zag ik die een stukje verderop….Felix was terug! We schrokken wel toen hij zich omdraaide, want hij had een dood oog. Waarschijnlijk had hij al die tijd van die kwetsuur liggen bekomen in nabije bosjes, en was Max zo miauwerig omdat hij dat wist. De dierenarts zei dat we het oog konden laten verschrompelen, maar ook dat hij het kon verwijderen. We kozen voor het laatste. Sindsdien heette Felix Schele, en was het net of hij hele dagen liep te knipogen. Hij heeft heel wat van zijn spreekwoordelijke kattenlevens verbruikt. Hij kwam een keer thuis met een joekel van een gat in zijn kop. Hij strompelde een keer door het kattenluik naar binnen met een gebroken heup. Hij genas daar volledig van. Uiteindelijk bezweek hij aan een nierziekte. Zijn broer Max overleefde hem ruim. Die verhuisde nog met ons mee van de Moeregrebstraat naar de Kaatsbaan en naar de Bourlastraat hier in Antwerpen. Hij is zestien geworden.

maandag 13 oktober 2008



Tuin in oktober
Kijk toch eens hoe ferm het tuintje op ons voorterras ondertussen is geworden. In het voorjaar (onderste foto) was het nog slechts een enorme bak met potgrond, wat zaadjes en kleine aanplant (plús een vijvertje, want dat mag in een tuintje niet ontbreken) maar nu is ons uitzicht (vooral door de uitbundige groei van clematis, klimop en passiflora) serieus gróen!

zondag 12 oktober 2008


Helemaal gratis
Maar dát is mooi meegenomen…!

zaterdag 11 oktober 2008


Instemmend gebrom
Zit goedkeurend te hummen bij het herlezen van een interview met Hedwig Speliers (Poëziekrant 15/3, mei-juni 1991), een van de dichters die ik graag lees. Over het verschil in benadering van poëzie boven en beneden de Moerdijk. Waarom Nederland zijn, en bij uitbreiding hermetische poëzie tout court, volgens hem niet begrijpt? "Ik denk dat het calvinisme daar een grote rol in speelt, dat de Nederlander literatuur nog altijd ziet als een directe mededeling, het gedicht als een soort… nuttigheidswaarde. Onze noorderbuur heeft de zee, het water moeten overwinnen, hij is een vechter tegen de natuur, hij is een commerçant, hij heeft de Nederlands-Indische Compagnie opgericht, hij is dus historisch gegroeid in een situatie waarin hij zich staande moet houden, ook met een taal die direct te begrijpen is: Nescio of Van het Reve, of noem de zovele dichters, de realisten, de parlando-dichters, de anekdoten-dichters," doceert Speliers (foto). "Het is een poëzie van de mededeling en de mededeelzaamheid, van de onmiddellijke, directe verstaanbaarheid, eigenlijk is het de poëzie van de natuurtaal. De natuurlijke taal is voor hen poëzie.

Bij de Fransen, de Spanjaarden, de Zuid-Amerikanen, ook bij de Vlamingen, ligt dat helemaal anders. Onze taal krijgt een dimensie meer, een dimensie van koloriet, van beeld, van vindingrijkheid, onze taal gaat eigenlijk staan naast de natuurlijke taal, naast de natuurlijke mededeling, naast het parlando. Al die elementen zijn bij ons ook wel ingebouwd, maar er is die extra dimensie in onze poëzie, die meer zuiders gericht is, niets aan te doen. Tenzij je naar het model van de Nederlanders gaat schrijven natuurlijk en dat wordt veel gedaan. Ik herinner me Nolens die me zei: ‘Ik moet een dag gaan spreken met mijn uitgever over mijn bundel.’ Dat kan toch niet. Ik kan niet met een uitgever spreken over wat kan en niet kan in mijn bundel. Mijn bundel is een creatie, geen koehandel. De lezers moeten zich openstellen en voor mij toegankelijk maken. Ik kan mezelf toch niet toegankelijk maken? Ik creëer, ik transformeer, ik maak." Instemmend gebrom.

vrijdag 10 oktober 2008


Wel integendeel
Hoewel ik vind dat hij mondialisering moet zeggen en niet globalisering ben ik het, zeker in deze op financieel vlak barre tijden, nog immer hartgrondig eens met deze ferme stellingname van Benedictus XVI: “Men kan niet zeggen dat de globalisering een synoniem voor wereldorde is, wel integendeel. De strijd om economische hegemonie over energie, water en grondstoffen maakt een ieder het leven moeilijk die probeert een rechtvaardige en solidaire wereld op te bouwen.” Ongelukkiglijk leidde die strijd om economische hegemonie tot de huidige beurshysterie. En wederom spreekt Zijne Heiligheid wijze woorden: “Ogenschijnlijk zijn geld, succes en carrière de ware kanten van de realiteit. Maar die gaat vroeg of laat voorbij. In werkelijkheid zijn al die dingen die reëel lijken van ondergeschikt belang. Het geld verdwijnt met de ineenstorting van de grote banken. De crisis toont de vluchtigheid aan van geld en ambitie.”

donderdag 9 oktober 2008


Wat is er verboden?
Kwam op het perron in Brussel-Noord een merkwaardig ‘verkeersbord’ tegen. Wat zou het willen aangeven? 'Verboden u in horizontale toestand naast het perron te bevinden?'

woensdag 8 oktober 2008


De kamer van Justus Lipsius
Bij de post de jongste aflevering van Wel, het driemaandelijks tijdschrift van de universitaire werkgroep literatuur en media in Leuven. Wordt me opgestuurd door Frans Mink. Waarom? Blader het door, en tref dan mijn gedicht De kamer van Justus Lipsius (verschenen in mijn door Frans uitgegeven bundel Onaangepaste tijden). Vandaar. Goede gelegenheid om het schilderij waarnaar ik verwijs, een van mijn lievelingsdoeken, eens mee te nemen.

Aan de muren authentiek Spaans goudleer.
Henri De Braekeleer legde dat zo mooi
vast op zijn Man in stoel. Hier is het echt.

Naast de vuurplaats staart Seneca stervend
met bange ogen van Rubens door twaalf
raampjes naar binnentuingebladerte.

Lessenaar smachtend naar beschrijving.
De vloer telt wel achttienhonderd tegeltjes,
eronder geduldige grond. Over deze stille wereld

van bestorven dingen nu opent de avond zich traag,
als een mossel. Ergens klinkt een cantus firmus.
Buiten is regen koel en op weg naar het oosten.

dinsdag 7 oktober 2008


Bart Janssen centraal
De themastand in het Poëziecentrum aan de Vrijdagmarkt 36 in Gent stelt deze maand Bart Janssen centraal. Binnenkort verschijnt van hem een nieuwe bundel, Opzicht. Eerder verschenen Grisailles, Een losse draad, Gedane wit en Kwijtschrift. De kleine expositie toont niet alleen bundels en tijdschriften waarin poëzie van Janssen verscheen, maar ook beeldend (veelal grafisch) werk met de gedichten die hij daarbij schreef. Overigens heeft de dichter Bart Janssen een eerder zeldzame job: hij is beroepshalve bij De Post verantwoordelijk voor de totstandkoming van postzegels, een aspect dat evenmin onbelicht blijft.
www.poeziecentrum.be

maandag 6 oktober 2008