.jpg)
zaterdag 7 november 2009
Er zijn zo van die tentoonstellingen tijdens het bekijken waarvan ik eigenlijk voornamelijk loop te zuchten. Onlangs nog moest ik bij een daarvan denken aan een tamelijk dodelijke zin die filmcriticus John Simon aan het papier toevertrouwde na het zien van Charles Jarrotts Anne Of The Thousand Days: The quintessential work of art for people who haven't the foggiest notion of what art is. Er zijn echter ook exposities die me gelijk bevallen, die zonder expliciet te zijn duidelijk maken wat kunst wél is. El dia de los muertos is een tentoonstelling in de kerk aan de Provinciestraat 112 in Antwerpen. Diverse kunstenaars lieten zich inspireren door het Mexicaanse dodenfeest, het duo Alebrije (Francisco Mantano en Hilde Van den Broeck) het meest uitdrukkelijk. De twee maakten kleurrijke 'monstertjes' en richtten een dodenaltaar in. Van Muriel Boutreur en Sanne De Wolf zijn ingetogen sculpturen te zien, en van Agnes Nagygyorgy een mooie (op haar fotoreeksen van dode stadsduiven geïnspireerde) vleugel.
Gevoelige schilderijen van Philippe Robeijns doen in het kader van deze ontwijde kerk aan staties denken. Er is ook werk van Bert Timmermans te zien. Ik hou alleen al van zijn werk omwille van de titels die hij daaraan meegeeft. Eerder had hij exposities in Tramways Anversois en Galerie Zuid, nu is hier Mit der untrüglichen Spur auseinandergeschrieben (The lost paintings) te zien. Eigenlijk toont hij geen werk, maar wat ervan resteert. De titel verwijst namelijk naar een reeks die hij in 2005-2006 maakte, maar uit onvrede weer vernietigde. Onlangs kwam hij de scans tegen die hij er toch maar van gemaakt had. Timmermans nam als vertrekpunt voor de reeks een aantal schilderijen van Honoré Daumier die hij in Parijs in het Musée du Petit Palais had gezien. Met name een paneeltje van 16 op 29 centimeter waarop een groep zwervende émigrés, Ausgewanderten, is te zien. Wanhoop - in dit geval van volksverhuizers - kun je in eloquente verhandelingen proberen te vatten (kunsthistorici, Timmermans is er overigens zelf een van, putten zich daar nogal eens in uit), maar ook in ferm beeld. En dáárvoor moet je maar eens naar deze uitstalling gaan.
(Nog te zien de zondagen 8 en 15 november van 14.00 tot 18.0o uur, woensdag 11 november van 15.00 tot 17.00 uur en vrijdag 13 november van 20.00 tot 22.00 uur)
vrijdag 6 november 2009
Van 1985 tot 1955 voor Christus was in Egypte Amenemhat I Wehem-meswt de eerste koning van de twaalfde dynastie. Amenemhat was een generaal van Mentuhotep IV en zijn naam Wehem-meswt betekent 'Hij die wedergeboren doet worden'. Hij bouwde zijn rijk grondig uit, maar werd - daarover wordt verhaald in het Verhaal van Sinuhe - het slachtoffer van een samenzwering. In de koninklijke harem nota bene. Er werden daarvoor en sindsdien wel meer leiders vermoord, maar het is Amenemhats twijfelachtige eer dat zijn dood de allereerste gedocumenteerde politieke moord in de geschiedenis is.
donderdag 5 november 2009
Vandaag voorgelezen uit eigen werk tijdens de Boekenbeurs 2009, in de Oranje Zaal van Antwerp Expo. De Vereniging van Vlaamse Letterkundigen organiseerde daar een literaire estafette. Bracht er een drieluik uit Gelovige gedichten, een reeks waaraan ik bezig ben. Traden voor de microfoon: Marc Andries, Bert Bevers, Paul Cardon, Herman J. Claeys, Frank Decerf, Ferre Denis, Wim Van Gelder, Clara Haesaert, Agnes Hagnos, Renee Van Hekken, Guy van Hoof, Mark Meekers, Roger Nupie, Marcel Van Passel, Willem Persoon, Tony Rombouts en Frank De Vos.
Niet alleen het Centraal Station van Antwerpen biedt vandaag een bizarre aanblik, dat doen álle stations in gans België. Dit is een aangenaam land om in te wonen, maar een van de nadelen is de ronduit bespottelijke macht die de vakbonden er hebben. Als iets ze ook maar in de verste verte niet zint wordt het werk neergelegd. Er rijdt vandaag niet één trein. Geen boemel, geen Benelux, geen Thalys. Niets. Rien de tout. Nichts. Met tot gevolg dat je op plaatsen waar het normaliter een krioelen van bedrijvigheid is een kanon af kunt schieten....
woensdag 4 november 2009
Ik kon me ineens weer precies de sensatie voor de neus halen die het openen van een flesje Exota champagnepils teweegbracht. Als je die kroonkurk losdraaide klonk er een plopje, en sprongen de bubbeltjes van die merkwaardige limonade in je neusgaten. Vond in een bric-à-braczaakje een map vol pins (toen ik nog een jongetje was spraken wij nog gewoon van speldjes), waaruit ik om nostalgische redenen het hierbij afgebeelde exemplaar meenam....
dinsdag 3 november 2009
Deze keer met de ogen dicht uit de poëziekast de bundel Huizen vieren haat van Albert Bontridder gepakt. Die verscheen in 1979 bij uitgeverij Elsevier/Manteau te Brussel en Amsterdam. Albert Bontridder is ondertussen hoogbejaard (hij is 88) maar voor zover ik weet nog immer actief. Nog niet zo lang geleden kocht ik zijn meest recente bundel (mét handtekening!) De tuinen van Naxos. Van Huizen vieren haat sloeg ik bladzijde 5 open, waarop het eerste vers staat van de reeks Regressief:
Als zonen sterven
terwijl de vaders nog bedrijvig zijn,
worden de handen langzaam trager,
het hameren op het aambeeld
bij de uitvaart
is nog amper een begeleidend geluid,
het rinkelen van de truwelen
een verdwijnende herinnering.
Hun stem vormt in de holte van het bed
een kleine memorie van zaad
voor meisjes die niet meer wagen
er een kind van te maken.
Als zonen sterven
terwijl de vaders nog bedrijvig zijn,
worden de handen langzaam trager,
het hameren op het aambeeld
bij de uitvaart
is nog amper een begeleidend geluid,
het rinkelen van de truwelen
een verdwijnende herinnering.
Hun stem vormt in de holte van het bed
een kleine memorie van zaad
voor meisjes die niet meer wagen
er een kind van te maken.
Rod Steiger, veel mensen vergeten dat, was een uitstekend acteur hoor. Dat overdacht ik toen ik zat te kijken naar Waterloo, de film die Sergei Bondarchuk in 1970 inblikte. Een Italiaans-Russische coproductie. Geen evidentie (Bondarchuk bracht wel zijn goede naam mee natuurlijk, hij kreeg in 1964 een Oscar voor zijn verfilming van Oorlog en vrede), en zeker in volle Koude Oorlog niet. Rod Steiger vertolkt Napoleon Bonaparte zeer geloofwaardig. Wanneer je het publiek kunt laten geloven dat het naar Napoleon kijkt en niet naar Rod Steiger die doet of hij Napoleon is, ben je een groot acteur. Zoals Anthony Hopkins die in Nixon Nixon ís, of Helen Mirren die in The Queen Elizabeth II ís. Dan kun je iets. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een actrice als Meryl Streep die brillen, nepneuzen, pruiken en dergelijke 'nodig' heeft.
Moest in Waterloo wel een historische fout constateren. Op een bepaald moment (meer exact: in minuut 41 - de ondertitels melden Brussels, Thursday June 15th, 1815) zegt Christopher Plummer, de Duke of Wellington van dienst: "If Marshall von Blücher stays in Belgium, I stay too!" En dáár vliegt Bondarchuk (allez: zijn scenarist dan toch) uit een bochtje. Op 15 juni 1815 bestond België als staat namelijk nog niet. Waterloo lag op 15 juni 1815 tot nader order (die in 1830 op tafel zou ploffen) in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden waarin Nederland en België één staat vormden onder Willem I.
Abonneren op:
Posts (Atom)
.jpg)
.jpg)

.jpg)



.bmp)

